zaterdag 3 september 2016

San Juan de Pacayal dag 2, Guatemala

Woensdag 10 augustus 2016

Positie Fronteras: 15°39.775 N 89°00.119 W
Wanneer de zon opkomt, begint het dorp te leven. De kinderen komen bij de school kijken of de grote attractie in het dorp al ontwaakt is: wij zijn inderdaad al wakker. We gaan bij het mooie, diffuse ochtendlicht wat foto's maken van deze unieke omgeving.

Als we wakker worden zijn de bergen nog in de wolken. Langzaam krijgen we steeds meer zicht.



De vrouwen/meiden van het dorp verzamelen zich bij een hut waar een oude dieselmotor aan het tuffen is. Deze motor drijft geen generator aan, maar een veel belangrijkere machine voor het dorp, namelijk de maismolen. De maiskorrels, zacht en vers geoogst, worden met deze molen gemalen tot een dikke pasta. Elke vrouw koopt een hoeveelheid van deze “mais-pasta” en gaat dan terug naar de hut om er op een grote plaat Tortilla's van te bakken. In dit land kun je de Tortilla's het beste vergelijken met het brood in Nederland. Voor elke maaltijd worden weer verse Tortilla's gebakken, net zoals de Fransen dit doen met de Baquette's.

Malen van mais.





De meesten hebben een groentetuin naast hun woning.

Helaas vinden Marlene en ik de smaak van deze Mais-pannenkoeken niet zo jofel en dus wijzen we het voorgestelde ontbijt, Tortilla's met bruine-bonen prak, vriendelijk af. De Amerikanen Nick en Richard hebben vooraf al energierepen meegenomen en deze worden door hun als ontbijt verorberd. Ik zit er wel een beetje mee in de maag (of beter “niet mee in de maag”) om zonder ontbijt de terugtocht over de twee heuvelruggen te starten, dus overleg ik met de vriendelijke Guatemalees (dit is een schoolvoorbeeld van een Pleonasme) Roberto of er nog meer opties op plaatselijk voedsel zijn. Hij overlegt even met de meiden bij het houtvuur en zegt dat hij wat speciaals voor mij in petto heeft. Het worden maiskolven. Een aantal maiskolven worden in water gekookt en met de schil op een schaal opgediend. Daarbij een schoteltje zout en wat kleine limoentjes. Nu is het de bedoeling, Roberto is zelf liefhebber en doet dit aan mij voor, om de hete maiskolf te schillen door de de bladeren achter de kolf te vouwen zodat je de hete kolf makkelijk kunt kluiven. Vervolgens wordt een limoen doorgesneden en dip je de limoen in het zout en hiermee strijk je de kolf in. En dan kluiven maar. Het is heerlijk. Ik weet maar liefst 4 kolven te verorberen. Natuurlijk is er ook Guatemalaanse koffie bij het ontbijt, zodat we weer lekker traditioneel gegeten hebben.

De keuken waar ons ontbijt wordt klaar gemaakt.
We hadden overigens de keuze uit maistortillas, gegrilde mais of gekookte mais.

Loud, Marlene en Roberto hebben een typisch ontbijt uit deze regio gegeten.
Nick (heeft deze foto gemaakt) en Richard (foto rechtsvoor) hebben hun eigen mueslirepen gegeten.

Ook bij het ontbijt hebben we toeschouwers.

We pakken onze rugzakken weer in en maken nog een rondje door het mooie dorpje. Ik ben nog vergeten om te vermelden dat er in de vallei geen gsm signaal is. Om te bellen moeten de dorpsbewoners eerst een uurtje lopen naar een heuvel voor het dichtstbijzijnde gsm signaal op te pikken. En dat betekent dat de mensen in dit dorp zelfs geen Pokemon Go kunnen spelen....hoe verschrikkelijk moet dit zijn.

We zien een aantal jongeren met een Smartphone die ze dus alleen na een tocht over de heuvels kunnen gebruiken. Een groep mannen is een nieuwe hut aan het bouwen. Het hout, in het algemeen Mahonie of Teak, wordt uit het omringende woud gehaald en tot balken en planken gezaagd met een enorme Stihl motorzaag. Tegen een uur of 10 is het tijd om afscheid te nemen en gaan we, zonder begeleiding van de dorpsbewoners, op pad voor de terugweg.


We worden nog uitgezwaaid door de kinderen.

De jongen op de voorgrond met een Stihl motorzaag.

Deze tocht is weer bijzonder mooi en voor mij minder inspannend omdat de terugweg meer bergaf dan bergop is. Desalniettemin ben ik als we de jungle verlaten en tussen de grazende runderen teruglopen naar de opstapplaats van de pick-up moe.

Het glibberige pad, maar nu meer berg afwaarts dan berg opwaarts.

Moe en veel liters vocht verloren.

Het glibberige pad maakt weer plaats voor een heuvelachtig landschap met veel gras.

En iedereen is weer blij deze runderen te zien. Een teken dat we bijna bij ons einddoel zijn.

Tijdens de laatste kilometer heb ik nog een opvallend gesprek met Richard. Hij vertelt mij dat het wapenbezit in Guatemala erg hoog is. Ik vertel hem dat de oorzaak van deze enorme hoeveelheid wapens ligt in het feit dat deze wapens achtergebleven zijn na de burgeroorlog (mede door de VS geïnitieerd). Richard vindt het prima dat iedereen hier in Guatemala een wapen mag dragen maar hij vindt het ronduit belachelijk dat hij als Amerikaans staatsburger geen wapen in dit land mag dragen. Hij vraagt zich dan af hoe de buitenlanders, zeg maar Amerikanen, zich in godsnaam moeten verdedigen in dit land. Daarop vertel ik hem dat als ik bedreigd wordt door iemand met een vuurwapen ik vervolgens alles doe wat deze persoon vraagt, wat moet je anders dan doen? Richard vindt dit een typisch Europees standpunt en beëindigd de discussie door te vermelden dat Europeanen dit toch niet kunnen begrijpen en hierover discussiëren zinloos is. Vervolgens zegt hij dat bij de aanslagen in Parijs en Brussel minder of zelf geen slachtoffers gevallen waren als iedereen, zoals in veel staten van de VS, bewapend was geweest.

Ik moet even tot tien tellen en loop dan bij hem vandaan om geen conflict te krijgen. Ik besluit om met Richard alleen het hoogst noodzakelijk te bespreken en hem verder te mijden. Overigens vind ik veel Amerikanen door hun arrogante houding en domme, extreme standpunten vervelende mensen met een zeer beperkt en scheef wereldbeeld. Marlene en ik willen vooralsnog niet met onze Rafiki naar de VS reizen, voornamelijk om deze reden.

Eenmaal terug in Fronteras belonen we onszelf met een frietje met kip en een uurtje later lig ik met een koel pilsje in het zwembad van de jachthaven. Het was een prachtig avontuur.

donderdag 1 september 2016

San Juan de Pacayal dag 1 vervolg, Guatemala

Dinsdag 9 augustus 2016

Positie Fronteras: 15°39.775 N 89°00.119 W
Ook in het dorp worden we verwacht. Het dorp is samengekomen bij de school. Wij ontdoen ons van de rugzakken en we worden voorgesteld aan de dorpsoudsten, de leiders van deze gemeenschap. Van deze heren spreken er 2 Spaans, de rest spreekt alleen q' eqchi. Wij kunnen ons met ons “steenkool Spaans” al behoorlijk behelpen.

De meeste mensen in Guatemala zijn arm. De welvaart is in dit land erg slecht verdeeld. De belangrijkste, enige, inkomstenbron zijn landbouwproducten, maar al de landbouwgronden zijn in het bezit van maar een klein deel van de bevolking en een aantal Amerikaanse boeren. Hier komt bij dat door de overbevolking de werkeloosheid groot is en de grootgrondbezitters maken hier gebruik van door de arbeiders zelfs onder het minimum loon te betalen. Het minimum loon is omgerekend 8,- euro per dag, maar de meeste arbeiders krijgen niet meer dan 5,- euro per dag. Ze werken meestal 6 dagen per week en 10 uur per dag. Per maand verdienen ze 125 tot 200 euro. En zo worden de grootgrondbezitters steeds rijker en de arbeiders steeds armer en dat was nou net de reden waarom Che en Fidel hun actie begonnen in de 50-er jaren in Cuba. Maar is het nu in Cuba dan beter dan hier? Ik vind van wel.

Wanneer de organisatie van de expeditie, Richard en Roberto, nog een aantal zaken bespreken met de dorpsoudsten, worden wij voortdurend door de dorpelingen aangestaard als een soort circusattractie. Vooral toen ik mij stootte aan het dak van de school, ik ben in deze groep de grootste en zeker meer dan een kop groter dan de van origine kleine Maya's, was het dolle pret. Daarbij komt dat de kinderen waarschijnlijk voor de eerste keer blanke, blonde of kalende mensen zien, een hele belevenis dus!

Marlene heeft in deze impasse van aankijken en niets doen de perfecte oplossing. We hadden op de boot nog een aantal tennisballen liggen en zij heeft deze vandaag voor de kinderen meegenomen. Marlene haalt de ballen te voorschijn en met een paar woorden, mimiek en gebaren worden de kinderen in een mum van tijd in groepen ingedeeld en Marlene start een aantal spellen, geweldig! Een bal kennen ze wel, maar een tennisbal hebben ze denk ik nog nooit gezien. Iedereen, de kinderen, de ouders en de ouderen hebben plezier. Ongelofelijk hoe 12 tennisballen voor super amusement kunnen zorgen, maar ook voor communicatie. Door de spellen van Marlene wordt het ijs gebroken en komen mensen een praatje met mij maken en in gebrekkig Spaans weet ik redelijk met de mensen contact te maken, prachtig. Alleen heeft nog niemand in dit dorp ooit van Nederland gehoord, maar sommige hebben wel een idee waar Europa is: heeel erg ver weg.



Het is toch al weer ruim 6 jaar geleden dat ik mijn laatste gymles gaf. Maar dit was erg leuk.
Het lukte zelfs om zonder veel woorden duidelijk te maken wat de bedoeling was.

De meisjes hadden weinig ervaring met gooien en vangen van ballen. De jongens waren een stuk sportiever.
Maar ja, de rokken van de meiden zijn ook niet zo ideaal om in te sporten.

Ouders en andere kinderen genieten van de gymles onder het afdak van de school.

Na de gymles installeren wij ons in het enige leslokaal van de plaatselijke school.

Lesprogramma.

Rechts zie je de achterzijde van de school. Links, het kleine hutje, is het toilet.
Niet meer dan een gat in de grond met enkele houten balken erover.

Vervolgens worden de lichtjes uitgedeeld. Richard, die hierover de leiding heeft, gedraagt zich als een echte Amerikaan. Hij spreekt geen woord Spaans (dus alles wordt door Roberto woord voor woord vertaald) en hij behandelt de mensen in het dorp als een soort achterlijken. Heel jammer als je ziet hoe hij zichzelf als “redder” van dit dorp profileert en “zijn” lampen uitdeelt en de volwassenen als kleuters benadert. De lampen zijn overigens door de zeilers betaald en de reis door ons, Nick en Jim, hij wordt door de stichting voor deze tocht betaald!


Roberto geeft uitleg in het Spaans. Aangezien er maar 2 personen in het dorp Spaans spreken,
wordt zijn verhaal weer vertaalt, door de man naast hem, naar het Q' eqchi.

Zij testen de verschillende standen van de lichtschakelaar.

Nick had nog wat lollies meegenomen. Vonden ze erg lekker. De meeste kinderen lopen op blote voeten.
En dan te bedenken dat zowel binnen als buiten zand ligt.

Borstvoeding gaat gewoon door. Ook als het hele dorp vertegenwoordigt is.

Sommige mensen kijken de kat uit de boom en houden zich een beetje op de achtergrond.

Huizen in San Juan de Pacayal.

Dit meisje heeft op haar rug (gedragen met een band over het voorhoofd) een kind van meer dan 1 jaar.
Lijkt me een hele last.


Alle vrouwen en meiden dragen een kanten topje met een lange, wijde rok.

Nadat de lampjes zijn uitgedeeld wordt het al stilaan donker en gaan we een hapje eten. We eten in een ruimte die normaal gebruikt wordt als verzamelplaats voor het dorpsoverleg. We krijgen een gemengde salade als voorgerecht en kip, rijst en bonen als hoofdgerecht. Het is heerlijk, maar dit heeft ook deels te maken dat ik door de geleverde inspanning honger heb als een paard. De sympathieke Amerikaan Nick (is dit een oxymoron of een paradox?) heeft ook iets uit het ruim van zijn boot gevist en meegenomen. Het zijn lichtbuisjes, die dingen die je vaak op concerten of feestjes ziet. Je breekt iets in de vloeistof van een flexibel slangetje en door een chemische reactie, fluorescentie, geeft het buisje licht. Dit lichtschijnsel duurt een paar uur en het buisje kan als armband of hanger omgedaan worden. Ook dit is voor de mensen in het dorp nieuw en bijzonder en zorgt voor veel vermaak.

We worden steeds gevolgd door kinderen en enkele volwassenen. Ook tijdens het eten blijven ze ons aanstaren.

In de hoek van het huis (het huis van deze mensen bestaat uit 1 vertrek) is het fornuis.
Hier is ons avondeten klaar gemaakt. Na het koken ruikt de hele woning naar hout.

Omdat Richard niets anders kan dan zijn eigen ego te verheerlijken, moeten we in de avond ook nog naar een paar hutten toe om zelf te zien hoe de Luci lampjes het leven van deze mensen heeft veranderd. De gezinnen wonen in hutten, met maar één vertrek, waar alles gebeurd. In een hoek is een lemen constructie gemaakt, waar op een houtvuur gekookt wordt. Iedereen leeft dus voortdurend in deze rook. Er is een centrale tafel met stoelen en dan een paar bedden en/of hangmatten. Kleding hangt aan een lijn aan de muur en het toilet is buiten. Wassen gebeurt direct aan de rivier. Alles is erg eenvoudig en zonder enige luxe. Zonder de Luci lampjes zouden de mensen gewoon olielampjes gebruiken, zoals ze dat al meer dan 100 jaar doen, maar dit is volgens Richard levensgevaarlijk......

Kinderen maken hun huiswerk bij een olielamp.

Vanaf nu kunnen ze hun huiswerk maken bij het licht van een Luci-lamp. Ze hebben trouwens geen kasten. Het keukengerei staat allemaal op een plank, in de buurt van het fornuis en de tafel. Achter de tafel staat een bed en aan de zijkant hangt een lijn, waar alle kleren overheen hangen.

Op de terugweg naar het schoolgebouw zien we een woning, waar het Luci licht al geinstalleerd is.

In het leslokaal van het schooltje hebben Nick, Marlene en ik een hangmat opgehangen. Richard en Roberto slapen op een dun matje op de grond. Ik spuit me zo vol met DEET zodat iedere mug, die mij op minder dan 1 meter afstand benadert, dood uit de lucht valt. Maar een hangmat slaapt toch niet zo lekker als je het niet gewend bent. Daarbij komt dat de oerwoud-geluiden en de ganzen van het dorp ook niet aan een goede nachtrust bijdragen. Maar door de inspanning van de afgelopen dag weet ik toch een paar uurtjes te slapen.

Loud ligt al uitgeteld in de hangmat.

woensdag 31 augustus 2016

San Juan de Pacayal dag 1, Guatemala

Dinsdag 9 augustus 2016

Positie Fronteras: 15°39.775 N 89°00.119 W
“Pass it on” is een stichting die door Julia is opgezet. De stichting heeft als doelstelling om in de afgelegen dorpen, die natuurlijk geen aansluiting hebben op een elektriciteitsnet, verlichting te doneren op basis van zonne-energie. De zonnepanelen, regelaar en de batterijen zijn donaties van de zeilersgemeenschap, welke op de Rio Dulce verblijven.

Een van de dorpen, die een paar weken geleden een accu en zonnecellen voor hun schooltje gekregen hebben, ontvangen voor alle hutten van het dorp een “Lucy-light”. Dit is een lantaarn met een zonnepaneeltje, een batterij en LED lampjes om de huizen te verlichten. De lezers kennen deze lampjes wel van de IKEA en de XENOS, vaak gebruikt als tuinlamp.

Deze gift aan dit dorp is een verrassing voor de dorpsbewoners en de Britse Julia vraagt deze week op het dagelijkse radionet voor vrijwilligers die de lampjes naar het dorp willen brengen. Wij hebben wel zin in een jungletocht en wij melden ons aan.

Op de bijeenkomst een paar dagen na de oproep worden we voorgesteld aan de expeditie-leider Richard, de Guatemalaan Roberto die als tolk mee gaat en de Amerikanen Nick en Jim. We krijgen op deze bespreking te horen dat de reis naar het dorp een tocht is met een jeep en een voettocht door de jungle tot in de vallei van het dorpje. We delen de lampjes uit, overnachten in het dorp en gaan de volgende dag weer terug. Lijkt ons een prima plan en wij zeggen volmondig ja op de deelname.

Op dinsdag 9 augustus komen we met de hele expeditie, Richard, Roberto, Nick, Jim, Marlene en Loud, gepakt en gezakt bij mekaar. Er worden nog wat foto's gemaakt voor de site van “Pass it On” en even later gaan we op weg.

Van links naar rechts: pickup chauffeur, Julia (initiator van dit project), vervolgens de personen die naar het dorp lopen, Marlene, Roberto, Loud, Nick en Jim. Richard ontbreekt op deze foto.

Anderhalf uur in de bak van deze pickup. Het eerste half uur is nog een verharde weg,
maar daarna begint de zandweg. Niet comfortabel.
De toer achter in de laadbak van de oude pick-up is niet comfortabel maar daarentegen wel erg mooi. We rijden over zandwegen door uitgestrekte plantages van rubberbomen en bananen en ook uitgestrekte graslanden met vee, adembenemende vergezichten.




Mooie vergezichten met af en toe een woning.

De meeste bewoners van Guatemala zijn afstammelingen van de oerinwoners van deze regio, de Maya's. De helft van de 16 miljoen bewoners van Guatemala zijn een mix van Spaanse bezetters en de indianen (zeg maar “Latino's”) en de andere helft is nog “volbloed” Maya. De Maya's hebben in Guatemala verschillende stammen en de daarbij behorende taal en gebruiken.

Wij reizen nu in het gebied van de Q'eqchi' indianen, spreek uit “ketchi”. Alhoewel in heel Guatemala Spaans onderwijs gegeven wordt, spreken de mensen in de buitengebieden vaak alleen maar hun moedertaal, Maya, met de diverse dialecten. In deze streek wordt dus alleen maar Q'eqchi' gesproken en door een paar personen ook nog een beetje Spaans.

Na een rit van ongeveer 1,5 uur komen we aan het einde van de “berijdbare” weg. We worden aan het begin van het pad, dat naar de vallei van het dorp leidt, opgewacht door een paar dorpelingen. Zij zijn gewaarschuwd voor ons bezoek en zij zullen ons met de tocht door de jungle begeleiden.

De dorpelingen die op ons staan te wachten.

Maar voordat we verder kunnen, moet eerst de poort van de boerderij "finca"
geopend worden door een medewerker met een cowboyhoed.

De jongens maken zich klaar voor de tocht. Ieder draagt een zak of een jerrycan van ongeveer 25 kg.

De tocht leidt ons eerst door een heuvelig weide gebied met rundvee. Wanneer we aan de rand van de jungle, het begin van de heuvelruggen, aankomen, krijgt Jim, een 67-jarige Amerikaan met een grote mond (is dit niet een pleonasme?), het al te kwaad. Hij is al doodop en hij kan niet verder. Wij hadden dat al gedacht toen we hem voor het eerst ontmoetten, maar Jim verklaarde toen dat hij een conditie had als een paard en in “the US-Army” altijd ver gelopen had..... Een van de dorpsbewoners gaat met Jim terug naar de “bewoonde wereld” en wij kunnen met een man minder weer verder.

De tocht door de jungle is steil met rotsblokken en daar tussen modder. We lopen door dichtbegroeid regenwoud en het is warm en erg vochtig. Door de zuigwerking van de modder en voortdurend lopen op een helling is het lopen zeer zwaar.
Startpunt van de tocht.
De jongens dragen allemaal een zak of een jerrycan met een gewicht van ongeveer 25 kg.


Groot gedeelte van de tocht is steil en glibberig.

Maar de bevolking van het dorp is getraind.
Zij doen dit dagelijks en ze lopen zonder enige moeite met die zware zak op de rug naar boven.


Loud en Nick zijn blij als ze boven zijn.

En dan heb je een appeltje verdiend.

Voor de dorpsbewoners is dit de enige weg van het dorp naar de buitenwereld en zij moeten dit stuk dus altijd lopen om voorraden te kopen, te werken of bijvoorbeeld naar een doktor/tandarts te gaan. De dorpsbewoners die ons begeleiden hebben ook voorraden bij zich. Artur, een jonge van 21 jaar en, zoals alle Maya's klein en tenger, heeft in een draagzak om zijn voorhoofd een zak van 22,5 kg rijst. Wij lopen op goede wandelschoenen, hij loopt op een paar goedkope laarzen. Wij zijn voortdurend uitgeput en Artur, die 30% van zijn lichaamsgewicht aan rijst meesjouwt, loopt voortdurend fluitend in het rond. Het enige waar hij zich zichtbaar aan stoort is dat wij “gringo's” voortdurend moeten stoppen om te rusten...

Na een zeer afmattende tocht van meer dan 3 uur(!) komen we in de namiddag aan in een vallei tussen twee heuvelruggen met dichte jungle. De vallei is aangeplant met zaken zoals mais en bananen en we zien twee beken/rivieren. Even later zien we de kokosbladeren van de hutten van het indianendorp.



Aangekomen in de vallei, wordt de weg vlakker en droger.

Eenmaal in het dorp ben ik blij dat het erop zit. Het was een prachtige tocht en ook het “afzien” hoort hier bij. Alles is hier nog puur en ongerept, een prachtig begin van dit avontuur.